Je staat naar een prachtig middeleeuws stripverhaal in steen te kijken in Fidenza, je geniet van de stilte van de romaanse kloostergang in Moissac of loopt over een kleurrijk 800-jaar oud mozaïek in de kerk van Otranto .... en ineens sta je oog-in-oog met Alexander de Grote!
Dat overkwam ons meermalen; je staat in een middeleeuwse christelijke ambiance en je ziet de jonge Macedonische vorst die in de vierde eeuw vóór Christus de Perzen versloeg en de 'wereld' veroverde ... dat intrigeerde ons, wat doet een 'heidense' veldheer op de vloer of aan de gevel van een middeleeuwse kerk?

Toen Alexander de Grote in 323 vC stierf - in zijn 33ste levensjaar - had hij heel wat bereikt. Later zou Julius Caesar gezegd hebben, dat hij op de leeftijd dat Alexander al de hele wereld had veroverd, nog niets had bereikt. Als zelfs zo'n formidabele Romeinse veldheer eeuwen later nog onder de indruk was van Alexander, dan is het niet verwonderlijk dat al spoedig na Alexander's dood zijn leven en acties bovenmenselijke proporties kregen toegedicht in verhalen en mythen. Veel van deze verhalen werden aanvankelijk mondeling generatie-op-generatie doorverteld en later verzameld in de Griekse Alexanderroman, die waarschijnlijk in de derde eeuw nC in Alexandrië werd samengesteld. Vertaald in het Latijn werd het al snel in Middeleeuws Europa en Byzantium zeer populair en in verschillende talen vertaald en bewerkt.
 
In een brief aan zijn moeder Olympias schreef Alexander de Grote over zijn avonturen na de overwinning op Darius en over zijn huwelijk met Darius' dochter Roxane. Deze brief werd niet in alle versies van de Alexanderroman opgenomen en als hij wel werd opgenomen dan kon de samensteller makkelijk wonderbaarlijke zaken weglaten of toevoegen. Alexander schreef over de enorm grote Plantmensen die appels aten zo groot als meloenen, over tamme, gigantische muilezels met zes ogen en over veel meer merkwaardige wezens. Uiteindelijk bereikte hij - zo schreef hij zijn moeder - het einde van de wereld en vroeg zich af of hier inderdaad de hemel naar de aarde neigde.

Alexander beval zijn soldaten twee reusachtige witte vogels te vangen. Deze vogels hopsten daar overal rond, leefden van paardenvlees, waren tam én erg sterk. Toen de vogels gevangen waren, kregen ze drie dagen lang geen eten zodat ze erg hongerig zouden worden. Intussen liet Alexander een soort houten juk maken en een mand van ossenhuid. Hij beschreef zijn moeder hoe hij na drie dagen plaatsnam in de mand verbonden aan het juk dat vastzat rond de vogelnekken. Hij stak een speer met paardelever de lucht in en de hongerige vogels vlogen naar het eten, naar boven. De mand inclusief Alexander waren via het juk aan de vogels verbonden, dus ook Alexander ging de lucht in ... met de lekkere hapjes gestoken aan zijn speer!
Steeds hoger vlogen de witte vogels en Alexander kreeg het koud. Toen kwam een vliegend wezen hem tegemoet en deze berispte de held. "Je begrijpt de dingen op aarde al niet, wat heb je dan in de hemel te zoeken? Ga terug!" Alexander keek naar beneden en zag tot zijn grote schrik een grote opgerolde slang rond een soort bal en het wezen zei: "die bol is de aarde en die slang is de zee; richt je speer naar de aarde". En op het moment dat Alexander zijn speer met het vlees naar beneden richtte, vlogen de vogels - nog steeds hongerig - terug naar de aarde, waar Alexander uitgeput en halfdood aankwam. Hij eindigde de brief aan zijn moeder met het goede voornemen "nooit meer het onmogelijke te proberen. Vaarwel!"
 
Niet in alle, maar wel in veel versies en bewerkingen van de Alexanderroman kwam dit pracht verhaal voor, zeker vanaf de tiende eeuw toen de vogels al als griffioenen werden beschreven. Immers griffioenen waren de machtigste en krachtigste vogels die men kende, dus zij moeten Alexander naar hogere sferen hebben gevoerd! Vanaf die eeuw werd de vliegende Alexander ook afgebeeld, zowel in middeleeuws Europa als in het Byzantijnse gebied.

Een van de oudste afbeeldingen die bewaard is gebleven, is tevens een van de meest gedetailleerde. In de prachtige kloostergang van het Petrus-klooster in Moissac werden 76 kapitelen geplaatst fraai versierd met scenes uit de bijbel, met fabelwezens of met vegetale ornamenten. In een inscriptie wordt gemeld dat de bouw van de kloostergang in 1100 was voltooid. Op één van de kapitelen staan twee scenes afgebeeld van Alexanders luchtreis, door anderen ook wel - iets minder juist - aangeduid als hemelvaart of hemelreis.
Eind achttiende eeuw meenden revolutionairen dat ook stenen koppen moesten rollen; vrijwel alle uitstekende mens- en dierhoofden die ooit de kapitelen van Moissac sierden, werden weggehakt. Vandaar dat tweemaal Alexander's hoofd ontbreekt en ook de door hem ingespannen vogels vliegen zonder kop! Wel is nog prachtig te zien hoe Alexander zich met touwen aan de vogels heeft verbonden. Aan de ene kant van het kapiteel hield Alexander de - nu helaas afgebroken - aasstokken naar boven (rechts) en aan de andere kant naar beneden gericht (rechts). 

Ruim een halve eeuw later werden in drie Zuiditaliaanse kerken prachtige mozaïek-vloeren gelegd. Die in Otranto - gedateerd: 1164 - is bijna volledig bewaard gebleven; een juweeltje (hierboven). Van de vloer in Taranto is vrijwel niets meer over en in Trani zijn enkele mozaïekfragmenten tot ons gekomen - gelukkig ook het grootste deel van de vliegende Alexander (rechts). In beide mozaïeken heeft rex Alexander een kroon op het hoofd en draagt hij een grijzig gewaad met witte cirkels. In Otranto zit hij op een soort troon die lijkt te rusten op de ruggen van de twee griffioenen.

Eind twaalfde en begin dertiende eeuw was de vliegende Alexander blijkbaar populair. We vonden hem afgebeeld op kapitelen in de kathedralen van Freiburg im Breisgau, van Bitonto en van Basel, en zagen hem vliegen op kerkgevels in Monte Sant'Angelo, Fidenza, Venetië, Narni en het Duitse Remagen. Geen twee afbeeldingen zijn hetzelfde.
In Freiburg (rechts) zit Alex in een soort mandje en houdt twee aasstokken op; duidelijk aan elk een haasje geprikt. Hij heeft een mooie kroon op, zoals een middeleeuwse koning betaamt, en rond zijn hals een prachtige halsketting; of is het een fraai bewerkte kraag? De griffioenen hebben elk om hun hals het stevige touw dat ook onderdeel is van de mand. De beeldhouwer heeft aan elk detail gedacht. Ook aan het feit dat de griffioenen hongerig hun koppen draaien naar het aas.

In Remagen aan de Rijn is de vliegende Alexander (rechts) aan de kloosterpoort afgebeeld. Hij is omgeven met allerlei fabelwezens, zoals sirenen en vismannen. Alexander vliegt op de latei boven de kleine poort, de kloosteringang voor voetgangers. Uit een klein halfrond mandje steekt het enorme, gekroonde hoofd van de vorst. Duidelijk zichtbaar steekt hij de aasstokken omhoog; aan elk is een soort speenvarkentje gespietst. Twee lasso's verbinden het mandje met de halzen van de griffioenen.

Honderd jaar geleden hadden kunsthistorici de vliegende Alexander nog niet herkend. Toen het reliëf aan de kathedraal van Fidenza (rechts) voor het eerst werd gepubliceerd dacht men dat het de uitdrukking "erano i tempi in cui Berta filava" verbeeldde. Dit gezegde - letterlijk: "dat waren tijden dat Berta nog spon" - betekent zoiets als de verzuchting "ach vroeger, dát waren nog eens goede tijden". De spinnende Berta was op de kerktoren afgebeeld, zo meende men. Dat ze met maar liefst twee spinrokken tegelijkertijd was afgebeeld, ach, dat zou wel de middeleeuwse manier van spinnen zijn geweest, zo concludeerde de geleerde heer. Met twee spinrokken tegelijk spinnen, hoe doe je dat? Nee, hier is Alexander zittend op de troon weergegeven, twee aasstokken en twee prachtige griffioenen.

In ongeveer dezelfde tijd - eind twaalfde / begin dertiende eeuw - maakte een beeldhouwer, honderden kilometers zuidelijker, ook een vliegende Alexander op het kerkportaal. In Narni is het reliëf door de aanslag van eeuwen wat zwart geworden, maar Alexander bevindt zich nog steeds in het goede gezelschap van apostelen die rondom zijn afgebeeld. Niet op een troon maar in een mandje stijgt de koning naar hogere sferen.

Onze zoektocht bracht ons ook naar een van de mooiste plekjes in Zuid-Italië. Bij Matrice staat het oude kloosterkerkje Santa Maria della Strada. De ligging op een terpachtige heuvel, het uitzicht, de eenvoud van het kerkje, de leuke afbeeldingen, een prachtige namiddag met sterke wind en blauwe lucht ... een fantastisch moment. Over de kerkgevel zullen we het een andere keer hebben, ons gaat het nu om het kleine zuidportaaltje van de kerk, dat zeker gebruikt werd door de vele pelgrims die op weg naar de heilige Nicolaas van Bari hier langskwamen. Boven deze ingang vliegt Alexander letterlijk naar de hemel (hierboven), gesymboliseerd door het Lam Gods en door de Latijnse tekst "alleen wie handelt naar de wil van mijn [hemelse] Vader, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan".

Wat je je afvraagt is natuurlijk waarom werd de vliegende Alexander in en aan de middeleeuwse kerken afgebeeld (twaalfde en dertiende eeuw).
De mens is altijd al gefascineerd geweest door het onmogelijke, dus ook het vliegen. Ook de middeleeuwer kende die fascinatie en hield het onmogelijke soms voor mogelijk. Fabeldieren die écht bestonden - er waren relieken van griffioensklauwen ! - en een Alexander die zijn grenzen verlegde. De wonderen van de wereld .... dat beeldde de middeleeuwer af. Sommige kunsthistorici zien de vliegende Alexander als een negatief symbool, nl. van menselijk trots en hoogmoed. Vandaar dat de vliegende Alexander werd afgebeeld bij andere negatieve gebeurtenissen, zoals de zondeval of de bouw van de toren van Babel. Aan de andere kant werd Alexander ook in het positieve gezelschap van het Lam Gods, van apostelen en andere heiligen weergegeven; dan is de luchtreis van Alexander toch eerder een voorbeeld voor de goede gelovige, die uiteindelijk de hemel zal bereiken. 

Er zijn nog veel meer afbeeldingen van de vliegende Alexander, in handschriften, op koorbanken, op zilveren vaatwerk, op ringen, geborduurd op een kussen, in de Byzantijnse wereld ...... en Alexander was uiteindelijk niet de enige vorst die van het ingenieuze vogel-vliegtuigje gebruik maakte. ..... maar dat zijn andere verhalen ....   

over Alexander's graf in Alexandrië