We zijn over het leven van Alexander de Grote tegenwoordig goed ingelicht. Generaties historici en archeologen hebben zich bezig gehouden met allerlei facetten van het leven van deze jonge Macedonische koning die in korte tijd een wereldrijk bij elkaar veroverde. Na zijn vroege dood werden over hem allerlei verhalen verteld en verzonnen. Veel van deze verhalen werden verzameld in de Griekse Alexander-roman, die waarschijnlijk in de derde eeuw nC in Alexandrië werd samengesteld. Vertaald in het Latijn werd het al snel zeer populair in Middeleeuws Europa en in verschillende talen vertaald en bewerkt. Tevens werd deze roman zeker tot in de vijftiende eeuw een inspiratiebron voor nieuwe Alexander-avonturen. Ook in de joodse, Armeense, Arabische en Perzische overleveringen werd de jonge vorst een geliefd figuur. Puttend uit al deze bronnen vertellen wij - in het kort, we zouden er uren over kunnen vertellen! - het leven van de mythische Alexander of Iskandar.

Op de dag dat de beroemde Artemis-tempel in Ephese in brand werd gestoken, kreeg de koningin van Macedonië Olympias haar kind. Ze wist dat het een bijzonder kind zou worden; immers ze had gedroomd dat de bliksem in haar schoot insloeg en tijdens de geboorte regende het kiezelstenen en deden zich aardbevingen en hemelse lichtflitsen voor. Sterker nog, niet Olympias' echtgenoot was de jonge vader, maar de laatste Egyptische farao Nectanebo of Zeus zelf had met de koningin in de gedaante van een slang geslapen. Volgens een andere overlevering moest de koning van Macedonië na een nederlaag niet alleen honderdduizend gouden eieren naar de Perzische koning als schatting sturen, ook zijn dochter moest naar Perzië om aldaar de bruid van de koning te worden. Maar ze stonk zó uit haar mond dat de Perzische koning haar na één nacht naar Macedonië terugstuurde. Ze kwam terug in Griekenland niet wetend dat ze zwanger was. In deze versie was haar zoon Alexander dus het kind van de Perzische koning! Wie de vader ook was, zoonlief zou een belangrijk man worden, daar was de moeder zeker van!

JONG

Natuurlijk was de kleine Alex een wondermooi en slim jongetje. Eens kwam hij langs een stevige kooi waarin het mensetende, woeste paard Bucephalus was opgesloten. Het paard maakte een enorm kabaal. Maar toen Alexje langs de kooi liep, hinnikte het paard vriendelijk en de knaap kon het paard temmen; iets wat nog niemand was gelukt! Koningszonen kregen ook toen onderwijs en de wijsgeer Aristoteles probeerde Alex kennis, rechtvaardigheid en vorstelijke deugdzaamheid bij te brengen. Hoe wijs Aristoteles was, blijkt uit het volgende verhaal. Vijanden van de Macedonische koning hadden een meisje vanaf haar prilste jeugd gif laten eten en zo was ze zelf uiterst giftig geworden. Als mooie jonge vrouw werd ze naar het Macedonische hof gestuurd in de hoop dat de jonge Alex op deze giftige sexbom verliefd zou worden. Maar gelukkig, Aristoteles doorzag dit dodelijke spel en Alex werd tijdig gewaarschuwd!

Toen Alex 15 jaar was, wilde hij met de Olympische Spelen meedoen met zijn paard en wagen. Mededinger was de arrogante koning Nikolaos die de jonge prins kleineerde en van plan was hem te doden tijdens de race. Uiteraard werden de rollen tijdens de wedstrijd omgedraaid en was Alex in staat die akelige koning in het stof te doen bijten. "Een slechte gedachte is slecht voor de bedenker", houdt een Armeense Alexanderroman de lezer voor.

Eens kwamen de Perzische gezanten aan het Macedonische hof om de jaarlijkse schatting op te halen. Alex riep de gezanten bij zich en meldde kort en duidelijk: "toen mijn vader kinderloos was, betaalde hij schatting. Maar nu heeft hij een zoon en betaalt Macedonië geen schatting meer aan de Perzen. Sterker nog, binnenkort kom ik het bij jullie halen!" 

KONING

Alexander volgde zijn vader Philippus op toen deze werd vermoord in het theater. Hij was een jong, wijs en rechtvaardig vorst en hoewel hij zeer zelfverzekerd wist dat hij de koninklijke taak prima aan kon, meende hij terecht dat meer wijze mannen rond de troon goed zou zijn. Vandaar dat hij de beste denkers ter wereld uitnodigde. Behalve zijn oude leermeester Aristoteles waren dat o.a. Socrates, Plato, Hermes, Porphyrius en Valens. Dat al deze wijsgeren in andere tijden leefden, is in een mythe niet belangrijk! Verder meende de jonge vorst dat behalve filosofen ook anderen hem met raad en daad konden bijstaan, zodat hij ook tovenaars, militairen, kluizenaars en waarzeggers het paleis binnen haalde.

De Perzische koning Darius zond de jonge koning een brief vol dreigende taal. De gezanten die deze brief brachten hadden verder een teugel, bal en kist met goud bij zich. In de brief legde de Perzische koning de betekenis van zijn geschenken uit: de teugel was nodig om het koninkje Alex discipline te leren, met de bal kon hij spelen en met het goud zou hij zijn soldaten met een beloning naar huis kunnen te sturen. Toen Alexander deze brief hardop voorlas aan zijn soldaten, was hij de enige die niet sidderde van angst. "Ach", meende Alexander, "blaffende honden bijten niet!" Hij liet Darius' gezanten in de boeien slaan. Hij wilde hen doden, maar de gezanten smeekten de Macedonische vorst om hun leven. Toen liet Alexander hen vrij met de woorden: "ik zal jullie het verschil laten zien tussen mij en jullie barbaarse koning: ik ben veel beschaafder, ik dood geen boodschappers!" Alexander's antwoord naar Darius was kort en krachtig: "met de teugel zal ik barbaren beteugelen, de bal symboliseert mijn macht over de hele wereld en de kist met goud bewijst dat U aan mij schatting betaalt!"

Hoewel de Perzische koning meer bombastische brieven aan Alexander schreef, liet deze zich geheel niet uit het veld slaan. Sterker nog, Alexander had slechts één doel voor ogen: de Perzische koning verslaan. Daartoe bracht hij een groot leger op de been, waarin zowel jonge soldaten als ook ouderen werden opgenomen. Immers de doorgewinterde soldaten zouden in staat zijn de onbeheerste jongeren tactiek en zelfbeheersing bij te brengen! Zijn eerste doel was het samenbrengen van de Griekse steden. Hoewel enkele steden aanvankelijk tegensputterden, zagen ze uiteindelijk allemaal het grote voordeel van één front tegen de Perzische vijand.

In Egypte zag Alexander een prachtig standbeeld van zwarte steen met een inscriptie erin gebeiteld: "deze koning ontvluchtte Egypte, maar hij zal verjongd en herboren terugkomen en de vijanden van Egypte, de Perzen, verslaan". Toen Alexander hoorde wie het standbeeld voorstelde, riep hij luidkeels: "Nectanebo was mijn vader, ik ben zijn zoon!" En daarmee was duidelijk: de zoon zou Egypte's vijanden verslaan. Hij kreeg direct het goud dat Egypte anders aan Perzië als schatting moest betalen en gebruikte dat goud om de stad Alexandrië aan de kust te stichten. De priesters maakten hun voorbereidingen om exacte ligging en stichtingsdatum vast te stellen van de nieuwe stad en de gunst van de goden af te smeken. Bij gebrek aan kalk om de hoofdassen van de stad op de grond te tekenen gebruikten de priesters graan. Zó werd door middel van graanlijnen de plattegrond van de stad zichtbaar. Maar plotsklaps werd de hemel verduisterd - Hitchcock' Birds avant-la-lettre - door een enorme zwerm vogels die zich stortten op het graan en binnen een mum van tijd waren er geen lijnen meer zichtbaar .... de priesters delibereerden. Was dit een slecht voorteken? Neen! De goden maakten duidelijk dat deze nieuwe stad, genoemd naar Alexander, een goede toekomst tegemoet zou gaan. Immers bewoners en handelaren kwamen - zoals de vogels - uit alle windstreken!

Niet alle gebieden lieten zich zo makkelijk door Alexander veroveren; de stad Tyrus moest zijn verzet uiteindelijk bekopen met totale verwoesting. In Jeruzalem was het welkom hartelijk. Alle inwoners waren in hun witte kleren de jonge vorst tegemoet gegaan; enigszins uit angst omdat men aanvankelijk Alexander geen hulp had geboden tegen de Perzische koning. Maar Alexander groette hen zeer aimabel en offerde zelfs voor de God van de joden in de tempel. Verder beloofde hij de joden dat ze volgens hun eigen gebruiken in zijn rijk mochten leven.

MILITAIRE ACTIES

De jonge Alexander was een heldhaftig en wijs vorst, hoewel ook enkele verhalen aantonen dat hij té trots en hautain was. Eens was het een wrede piraat die Alexander de waarheid vertelde - toen hij gevangen genomen - slechts ter verdediging zei: "ik doe op kleine schaal wat U, Alexander, op grote schaal doet!"

Opnieuw stuurde de Perzische koning Darius brieven naar Alexander, nu om zijn schatting van de honderduizend gouden eieren op te eisen. Het antwoord van Alexander was beleefd en opnieuw kort en krachtig: "de kip die de gouden eieren legde, is dood!" Hij deed mosterdzaadjes in de envelop met de boodschap dat Alexander zo hard was als de bast van een mosterdzaadje.

Uiteindelijk stonden de legers van Alexander en die van Darius tegenover elkaar. De zon was zeer bedroefd om hetgeen gebeurde. Het Perzische leger leed een enorme nederlaag en Darius vluchtte in zijn vierspan weg, terwijl zijn hele familie in handen van de vijand viel. Alexander behandelde alle leden van de koninklijke Perzische familie met mildheid en  grootmoedigheid.

Verder trok Alexander naar Gordion, waar hij de knoop doorhakte, en naar Troje, waar hij verzuchtte: "Gelukkig ben jij, Achilles, die de beroemde dichter Homerus had om je daden te bezingen!" Ook had Alexander een onwrikbaar vertrouwen in zijn lijfarts Philippus. Eens werd Alexander per brief op de hoogte gesteld van het feit dat Philippus door Darius zou zijn omgekocht om Alexander te vergiftigen. Toen Philippus hem die dag een geneeskrachtig drankje kwam brengen, dronk Alexander dat direct in één slok op en liet daarna Philippus de beschuldigende brief lezen.

Op zijn tocht naar het oosten liet Alexander onderweg alle bruggen verwoesten nadat zijn leger eroverheen was getrokken. De soldaten beklaagden zich, want zo zouden ze nooit meer terug kunnen keren na een eventuele nederlaag. Alexander's antwoord was duidelijk: "Jullie houden dus rekening met een nederlaag? Jullie geven me met die woorden écht hoop op een overwinning! Daarom heb ik die bruggen laten verwoesten, zodat jullie wel moeten overwinnen!"

Zijn eigen stoutmoedigheid was enorm groot. Eens ging Alexander zelfs incognito naar Darius en vermomd als gezant trad hij het Perzische paleis binnen en werd aan de maaltijd genood. Toen hij werd herkend, hielpen de goden Alexander ontvluchtten en Darius werd angstig, want de goden waren deze jonge koning wel érg goed gezind.

Het ging er steeds slechter uitzien voor Darius en bij het volgende militaire treffen moest de Perzische koning opnieuw smadelijk het slagveld verlaten. Terug in zijn paleis smeekte hij de koning van India, Porus, per brief om hulp. Tevergeefs, want voordat hij een antwoord kreeg, beraamden twee van Darius' eigen mannen een moordaanslag op hun koning. Darius verweerde zich dapper, maar werd dodelijk gewond. Darius sprak zijn laatste woorden aan Alexander, die net het Perzische paleis binnentrad. "Ik geef je mijn dochter Roxane tot vrouw .... en begraaf me met jouw eigen roemvolle handen ...." en hij stierf in Alexander's armen. Direct wilde Alexander de moordenaars van Darius opsporen en terechtstellen. Hij liet omroepen dat hij Darius' moordenaars beroemd zou maken. Daarop maakten zij zich bekend, Alexander liet hen in de boeien slaan en terechtstellen met de verzekering dat hun namen voor altijd berucht zouden blijven!

Hij trouwde Darius' dochter en maakte Persepolis tot zijn hoofdstad. Hij was de rechtmatige vorst, immers zijn vader zou de Perzische koning zijn geweest! Alexander was een goede heerser, bracht de Perzen het monotheïsme, waakte dag en nacht en bespeelde de wereld als een muziekinstrument met gevoeligheid en vriendelijkheid. Hij veroverde Arabia, bezocht Mekka en bracht incognito een bezoek aan koningin Kandake of Nushaba. Maar omdat deze koningin van alle vorsten ter wereld een geschilderd portret bezat, herkende zij hem direct.

VERDER  NAAR  HET OOSTEN

Toch bleef Alexander niet in Persepolis, hij trok met zijn mannen verder naar het oosten. Hij wilde koning Porus verslaan, nieuwe dingen ontdekken, rechtvaardige en wijze mensen ontmoeten; kortom hij trok naar het oosten, veel verder dan zelfs ooit Hercules of de god Dionysos waren geweest. Eens wilde hij een fort met bandieten belegeren, maar wat Alexander ook probeerde, het lukte hem niet. Toen ontmoette hij in een grot een kluizenaar die hem direct herkende aan de ronde spiegel die Alexander altijd bij zich droeg en die hij trouwens zelf had uitgevonden. De kluizenaar hield Alexander voor dat alleen door een ascetisch leven en door zelfdiscipline het menselijk hart de spiegel van de pure ziel kon worden, de weerspiegeling van complete vrijheid en liefde. Alexander en de kluizenaar deden samen hun gebeden en met deze geestelijke bagage kon Alexander de bandieten verslaan.

Na een militair treffen was Alexander weliswaar de duidelijke overwinnaar, maar de koning van India Porus zelf was bijtijds weggevlucht. Vandaar dat het Griekse leger nog verder oostwaarts trok met 100 olifanten, 400 strijdwagens, een kwart miljoen soldaten, paarden, ossen, schapen ..... Maar op hun achtervolgingstocht kwamen ze dwars door een woestijn en het water raakte op. Toen een van de soldaten een klein beetje water had gevonden, ving hij het op in zijn helm en bood het aan de legerleider aan. In aanwezigheid van het hele leger keerde Alexander de helm om en het water verdampte in het woestijnzand. "Als de soldaten mij zien drinken, worden ZIJ alleen maar dorstiger" was zijn antwoord. Het werd een verschrikkelijke tocht. Overdag en 's nachts moesten ze strijd leveren met de meest uiteenlopende dieren: schor-pioenen, leeuwen, nijlpaarden, enorme slangen ... zelfs een enorm monster dat het beste eigenschappen van de meest wilde dieren bezat: de tanden van een wolf, de vleugels van een adelaar, de klauwen van een leeuw en de hoorn van een neushoorn.
Eindelijk stonden Alexander en de arrogante Porus tegenover elkaar en de jonge Griekse koning wist zijn tegenstander te overmeesteren en schonk hem - heel edelmoedig - het leven zodat Porus een trouwe vazal werd van Alexander.

Nieuwsgierig als hij was, wilde Alexander met zijn mannen het nieuwe gebied - India - gaan ontdekken. De meest merkwaardige wezens ontmoetten zij op hun tocht: olifanten, fabeldieren, viseters, hond-koppigen, baard-vrouwen, reuzen, wilde mannen, griffioenen, langorigen, naaktlopers, één-voet-mensen, mensen-zonder-hoofd ...

Eens zei Alexander tegen de wijze, armoediglevende en vredelievende Niets-hebbers: "vraag en ik zal het je geven". Ze antwoordden dat ze wel onsterfelijkheid wilden hebben. Alexander was verwonderd, want hoe kon hij - een sterveling - nu onsterfelijkheid schenken? Toen de Nietshebbers dat antwoord hoorden, waren ze zeer verbaasd: "als U weet dat U eens zult sterven, waarom jaagt U dan door de wereld en stort zó velen in het verderf?" Alexander bleef het antwoord schuldig. 

Eens trad Alexander het rijk van de Amazones binnen en in een brief aan zijn moeder beschreef hij deze vrouwen als groot, knap, kuis, intelligent en wijs. Hij was van plan geweest de vrouwen aan te vallen, maar hun koningin had hem doen inzien dat dat erg dom zou zijn geweest. Ze had immers gezegd: "als U de Amazones overwint, zal iedereen zeggen ... ach, Alexander overwint vrouwen! en als wij U overwinnen, dan zal iedereen U uitlachen en zeggen: hij werd notabene door vrouwen overwonnen!"

TOEKOMST

Eens hoorde hij dat als hij er een tiendaagse mars langs een afgrond vol slangen ervoor over zou hebben, hij de mannelijke zonneboom en de vrouwelijke maanboom vragen zou kunnen stellen over zijn toekomst. De beide bomen spraken namelijk resp. Indiaas en Grieks. Aanvankelijk geloofde zelfs Alexander niet in deze wonderbaarlijke bomen, maar toen de Indiërs bij hun verhaal bleven, besloot Alexander de gevaarlijke tocht te ondernemen. Hij nam slechts driehonderd ruiters mee. Eenmaal oog in oog met de bomen, bleef Alexander twijfelen en onderzocht of er misschien ergens sprekende vogels verborgen zaten. Niets van dat al. Toen vroeg bij naar zijn toekomst en de bomen zijn duidelijk: "binnen acht maanden zal jij, Alexander, heerser van de wereld, in Babylon dood zijn. Je zult gedood worden door iemand die heel dichtbij je staat". Alexander schrok zich rot en vroeg wie die verrader dan wel was. "Ja, ja", zeiden de bomen, "als we je dat vertellen, zul je die verrader doden en dan verander je je lot en dat kan nu eenmaal niet! Wees ermee tevreden dat je korte tijd de heerser van de hele wereld bent". 

En zo trok Alexander steeds maar verder, en verder. Hij bracht een bezoek aan Tibet en China, bespiedde de bevallige sirenen op het strand en wist de wereld te bevrijden van verschrikkelijke machten Gog en Magog. Toen hij alles had verkend, bleven oceaan en hemel nog over; dus werd hij de eerste diepzeeduiker en de eerste piloot.

Uiteindelijk kwam de voorspelling van de zonne- en maanboom uit. In Babylon werd Alexander vergiftigd. In het complot zat ook zijn eigen wijnschenker! Alexander kon nog net zijn testament schrijven en afscheid nemen van Roxane. Daarna stierf hij.

Een andere versie luidt dat Alexander was voorspeld dat hij zou sterven al reizend door het land van ijzer onder een hemel van goud. Eens reed Alexander - ook Iskandar genoemd - door de woestijn en hij had het niet meer van de hitte. Toen hij een bloedneus kreeg, hielpen zijn dienaren hem van zijn paard, legden zijn ijzeren wapenuitrusting op de grond en hielden zijn vergulde schild boven zijn hoofd als parasol. Hij kon nog net de laatste brief aan zijn moeder dicteren en stierf toen in alle vrede. Om met de krachtige woorden van de dertiende-eeuwse Jacob van Maerlant te spreken "nu is hij dood die zo stark was ende zo groot!"

In begin veertiende eeuw behoorde de jonge Macedonische koning bij de Negen Besten, een illuster gezelschap van drie 'heidense' (Hektor, Caesar en Alexander), drie joodse (Jozua, David en Maccabaeus) en drie christelijke vorsten (Arthur, Karel de Grote en Godfried van Bouillon).