Toen Philippus van Macedonië in 336 vC werd vermoord, volgde zijn nauwelijks twintigjarige zoon Alexander hem op. Hij erfde een koninkrijk met een krachtig leger. Onder het mom van een gezamenlijke strijd tegen de erfvijand, de Grote Koning van Perzië, wisten Philippus en Alexander de Griekse stadsstaten nader tot elkaar en feitelijk onder Macedonisch gezag te brengen, al zou de onafhankelijkheid van de Griekse stadstaten in naam gewaarborgd blijven. Ondanks felle tegenstanders, zoals redenaar Demosthenes in Athene, hielpen vrijwel alle Griekse steden de expeditie tegen de Perzen mogelijk te maken.

Gesterkt door een gunstig orakel verkregen in Delphi, liet Alexander een deel van zijn leger in Griekenland achter en trok in april 334 met ruim 35.000 man, voetvolk en ruiters, naar Klein-Azië. Uiteraard bezocht de jonge leider in Troje hét 'pelgrimsoord' van zijn tijd: het graf van de Griekse held Achilles. Hij strooide bloemen op het graf en voelde zich een nakomeling van deze strijder die een kort, maar roemvol leven verkoos boven een lang en saai bestaan. Een leven dat ook Alexander te wachten stond.

Het Perzische rijk strekte zich in deze periode uit van de onderworpen Griekse steden aan de Kleinaziatische (nu: Turkse) kust en Egypte tot in het tegenwoordige Pakistan. Dit immense gebied was verdeeld in een twintigtal provincies die bestuurd werden door satrapen, een Oudperzisch woord dat letterlijk provinciebewaker betekent, die in naam allemaal trouw verschuldigd waren aan hun Grote Koning, Darius III. De satrapen van Klein-Azië hadden een groot leger op de been gebracht en Alexander stond in de lente van 334 tegenover dit leger bij het riviertje de Granicus (nu: Koca Çayı) ten NO van Troje. Het werd een verpletterende nederlaag voor de Perzen; Klein-Azië lag open voor Alexanders leger. De meeste Griekse steden, zoals Ephese, verwelkomden Alexander van harte als bevrijder.

Alexanders leger trok verder, via de rotsige zuidkust van Turkije om daarna landinwaarts naar het noorden te trekken. De winter bracht men door in het hart van Klein-Azië, vlakbij het huidige Ankara, in de oude Phrygische hoofdstad Gordion. Uiteraard kende Alexander het verhaal over de naamgeving van de stad: in een ver verleden had de stad nog geen naam én geen koning. Via een orakel hadden de goden laten weten dat de eerste bezoeker de volgende morgen als koning geaccepteerd moest worden. In de morgendauw reed boer Gordios op zijn ossenwagen naar de stad om wat groenten te verkopen. Tot zijn grote verrassing werd hij bij aankomst tot koning uitgeroepen, hij stapte van zijn kar, nam de disselboom en maakte deze met een ingewikkelde knoop vast en voorspelde dat alleen de Heer van het Land deze knoop zou kunnen ontwarren. Eeuwen later liet Alexander zich naar deze Gordiaanse knoop brengen, pakte zijn zwaard en hakte de onontwarbare knoop in één keer door.

FARAO  &  GOD

In de lente van 333 verliet Alexander Gordion, trok Cappadocië door op weg naar de omgeving van Issus aan de zuidoostkust van Turkije. Intussen had de Perzische koning een gigantisch leger op de been gebracht in Babylon en hij marcheerde via Damascus naar Issus. In november stonden beide legers hier tegenover elkaar en Darius, die zich de Grote Koning én Beste Ruiter én Boogschutter liet noemen, vluchtte als een lafaard, zijn leger, moeder, vrouw en kinderen achterlatend in handen van de vijand. Het Nabije Oosten en Egypte lagen nu ook open voor Alexander, die zichzelf Heerser van Azië ging noemen.

Het Griekse leger trok verder zuidwaarts. Met open armen werden ze in Sidon aan de Phoenicische (nu: Libanese) kust ontvangen, terwijl de havenstad Tyrus slechts met grote moeite veroverd kon worden. Via Gaza bereikte Alexander in de herfst van 332 Egypte, waar hij als bevrijder en als nieuwe farao door de Egyptenaren werd binnengehaald. Hij offerde aan de Egyptische goden (rechts) en bezocht de hoofdstad Memphis. Bij het visserdorpje Rhakotis in de Nijldelta keek Alexander uit over de Middellandse Zee, die nu  na uitschakeling van de Perzische vloot zíjn zee geworden was. Het leek hem een uitstekende plaats om een direct contact over zee met zijn moederland Macedonië en met Griekenland mogelijk te maken. Het klimaat was er aangenaam, enkele bronnen leverden goed drinkwater en door de ligging aan de Nijl was er ook een goede verbinding mogelijk met het vruchtbare achterland. De nieuwe stad werd naar hem genoemd: Alexandrië.

Alexander zelf zag geen steen op de andere geplaatst, want hij reisde direct door naar de oase Siwa waar een orakel was van de god Zeus-Ammon. Raadgevers leek de bijna 300km-lange tocht dwars door de woestijn veel te gevaarlijk: het klimaat was te heet, de watervoorraden te klein, het woestijnzand te rul. Maar juist deze moeilijkheden trokken Alexander aan, na overwinningen op legers wilde hij de natuur aan zich onderwerpen. Natuur en goden bleken de 25-jarige vorst gunstig gezind en de hoofdpriester van het heiligdom kwam Alexander tegemoet en verwelkomde hem als zoon van Zeus-Ammon. Opnieuw een bevestiging van Alexanders goddelijkheid die hijzelf onderstreepte door rond zijn hoofd een band te dragen met twee ramshoornen. De Egyptenaren waren gewend hun farao als bijna god te vereren, maar de nuchtere Macedoniërs en Grieken namen hem deze 'goddelijke' aspiratie zeer kwalijk.

GROTE KONING

Het doel, de Perzen en hun Grote Koning verslaan, was nog niet bereikt en Alexander maakte zich gereed met zijn leger uit Egypte via Jeruzalem en Damascus naar het hart van het Perzische rijk te trekken. Ongehinderd bereikte hij het gebied van Eufraat en Tigris en op 1 oktober 331 stonden bij Gaugamela, in de buurt van het huidige Mosul in Irak, Alexanders 40.000 infanteristen en 7.000 ruiters - als we tenminste de geschiedschrijver Arrianus mogen geloven - tegenover een reusachtige Perzische overmacht die gebruik maakte van strijdwagens uitgerust met vlijmscherpe messen aan de wielen. Door uitstekend tactisch inzicht wist Alexander zijn leger naar de overwinning te leiden en het hart van de Perzische verdediging te raken. Toen Darius zelf de strijd opgaf en letterlijk zijn strijdmacht de rug toekeerde, sloeg het Perzische leger in paniek eveneens op de vlucht.

Het grootse Babylon opende de poorten voor de overwinnaar en gaf hem de sleutel van de koninklijke schatkist. Terwijl zijn soldaten feestvierden, benoemde Alexander bestuurders en reorganiseerde zijn leger. Dat hij vaak Perzische hoge ambtenaren in hun functie liet, was onbegrijpelijk voor de aanwezige Grieken die zelf hoge posities ambieerden. Maar het leek Alexander verstandig om de overwonnenen - net zoals in Egypte - zoveel mogelijk hun eigen politieke en religieuze cultuur te laten behouden.

Toen Alexander orde op zaken had, besloot hij de gevluchte Darius verder naar het oosten te achtervolgen. De prachtige koninklijke residentie Persepolis (rechts), twee eeuwen eerder door Darius I gesticht, werd veroverd en geplunderd. Feestvierende dronken Grieken staken het paleis in brand en hiermee ging hét symbool van de heerschappij van de Achaemeniden letterlijk in vlammen op. Alleen de Grote Koning zelf moest nog gevonden en overmeesterd worden. Darius had door zijn laffe vlucht zijn prestige bij zijn onderdanen verloren en werd  uiteindelijk door een eigen onderdaan vermoord.

Alexander nam de titel Grote Koning over en zag zich als rechtmatige opvolger. De Macedoniërs dachten dat hun odyssee voltooid was, maar hun jeudigde leider wilde ook de meest oostelijke satrapieën onder controle krijgen. Na een vlammende redevoering wist hij zijn soldaten inderdaad te overtuigen en ze marcheerden verder door gebieden die toen vrijwel onbekend waren, dwars door Iran en Afghanistan.
Alexander bleef bij zijn politiek om Perzen op belangrijke posten te benoemen in pas veroverde gebieden, huwde de Bactrische Roxane en nam ook het Perzische hofceremonieel over tot groot ongenoegen van de Grieken die niet gewend waren te buigen voor hun aanvoerder. En terwijl Alexander opstanden van de lokale heersers het hoofd moest bieden, was hij ook beducht op complotten onder zijn eigen manschappen. Tegen beide trad hij - vaak met grote wreedheid - krachtig op.      
Alexander's tocht bracht hem verder dwars door Afghanistan en Pakistan voetstappen achterlatend in de vorm van steden die Alexandrië werden genoemd. Aan de oevers van de Hydaspes (nu: N-Pakistan) stichtte hij zelfs een stad met de naam Alexandrië Bucephala ter herinnering aan het feit dat daar zijn trouwe, bijna 30-jaar oude paard Bucephalus stierf.

GENOEG !

Alexanders rijk groeide, lokale bestuurders gaven zich gewonnen en vorsten van India die zich bleven verzetten tegen de vreemde indringer konden ondanks hun honderden strijdwagens, gevechtsolifanten en tienduizenden soldaten toch niet op tegen het Macedonische militaire genie. Alexander wilde verder, naar het oosten, meer overwinningen, meer land. Maar in de vlakte aan de voet van de Himalaya werkte Alexanders charisma niet meer. Hij kon de soldaten in die herfst van 326 niet meer motiveren om nog verder te trekken. "Wij hebben al ruim 20.000 kilometer afgelegd, we willen onze kinderen in Macedonië terug zien!" klonk het uit de mond van de oude generaal Koinos die als enige het ongenoegen van de soldaten durfde te verwoorden. Uiteindelijk stemde Alexander in met de terugtocht. Maar wat een terugtocht! Langs de Indus trok men naar het zuiden ondertussen vechtend met lokale stammen en steden veroverend. Alexander zelf voerde dat deel van het leger aan dat de route nam langs de kust van Pakistan dwars door het bergachtige Z-Iran en via Persepolis kwamen zij aan in Susa. Een ander deel van het leger marcheerde dwars door Pakistan en Afghanistan, terwijl admiraal Nearchos de vloot liet varen door de Arabische Zee, Golf van Oman, Straat van Hormoez en Perzische Golf om zich in Susa bij Alexander te voegen.

Op de weg terug zag Alexander met eigen ogen hoe de door hem aangestelde Perzische en Macedonische bestuurders zich overgaven aan machtswellust en corruptie. Hier en daar broeiden opstanden. Hij moest zijn veroverde gebieden als het ware bestuurlijk heroveren en benoemde nieuwe satrapen. Om samenwerking tussen Grieken en Perzen te bevorderen, trouwde Alexander - volgens Perzische gewoonte die polygamie toestond - in februari 324 met twee Achaemenidische prinsessen. Tientallen hooggeplaatste militairen huwden onder dwang van bovenaf bij diezelfde gelegenheid met Perzische vrouwen. Deze pro-Perzische politiek leidde opnieuw tot onvrede bij de getrouwe soldaten van Alexander die slechts met moeite de crisis kon beheersen.

In Babylon werkte Alexander zijn plannen verder uit voor de verovering van het Arabische Schiereiland en stelde de datum van vertrek vast: 22 en 23 juni 323. Maar na een uitbundig feestmaal werd Alexander ernstig ziek. Zijn toestand verslechterde zienderogen en op 13 juni overleed de Grote Koning, God en Farao Alexander de Grote. Was hij vergiftigd, zoals boze tongen toen al beweerden? Het lijkt er eerder op dat hij een natuurlijke dood stierf, want de ziektesymptomen wijzen op een hevige malaria-aanval.

LAATSTE TOCHT 

Terwijl direct na zijn dood de machtsstrijd in alle hevigheid losbarstte, maakte men de Grote Koning klaar voor zijn allerlaatste tocht. Volgens eigen wens werd hij op Egyptische wijze gemummificeerd en vervaardigde men een prachtige wagen waarin de mummie in een gouden sarcofaag vervoerd kon worden naar het Zeus-Ammon orakel in Siwa. Alexander wilde bijgezet worden in het heiligdom van zijn 'vader'.
De tocht naar Egypte werd een ongekende processie van rijkdom en macht. Ook letterlijk, want de opvolgers van Alexander zagen al gauw in dat bezit van Alexanders mummie legitimiteit verleende aan hun eigen troonsaanspraken. Zo stuurde Perdikkas, heerser van Macedonië, een legermacht om de stoet te onderscheppen en naar Noord-Griekenland te brengen. Ptolemaios was hem in Damascus vóór en bracht Alexander naar de hoofdstad van Egypte, Memphis en later naar Alexandrië.

Alexander de Grote is dood, maar de herinnering aan hem leeft nog steeds. De blauw-ogige blonde veroveraars spelen nog hun rol in volksverhalen in Pakistan, mythen werden geweven rond Alexanders leven in Oost en West en menig Europees schilder of islamitisch miniaturist heeft Alexander uitgebeeld. Portret en karakter werden in de loop van de tijd geïdealiseerd tot een ernstigkijkende jonge man met diepliggende ogen en een weelderige, ruige haardos. Hij werd tot een zeer rechtvaardig en edelmoedige strijder en heerser, een voorbeeld voor velen. Even werd hij zelfs weer wereldnieuws toen de Grieken de nieuwste verfilming van Alexander door Oliver Stone - op z' n zachtst gezegd - niet erg waardeerden.

Nee, het laatste woord over Alexander de Grote is zelfs na ruim 2300 jaar nog niet geschreven.