victor hugo's klokkenluider

Onthaasten met Victor Hugo! Met de aartslelijke klokkenluider van de Notre-Dame en zijn bezeten stiefvader, aartsdiaken Frollo. Vergeet alle bewerkingen, film- of musicalaanpassingen ... er is maar één meeslepend verhaal. Deze prachtige Nederlandse vertaling - 565 pagina's lang - is goed voor heel wat heerlijk leesplezier in lange winteravonden.

De klokkenluider van de Notre-Dame
Victor Hugo; vertaald door Willem Oorthuizen
Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2011
heruitgave, eerste druk: 1996 Uitgeverij Manteau
573 pagina's, gebonden met olijfgroen leeslint en olijfgroene kaft
ISBN 978-90-253-6872-2 ● € 29,95

Hugo (1802-1885) schreef Notre-Dame de Paris in 1831 en roept het Parijs van 1482 in herinnering, het Parijs van Lodewijk XI: "twee puntige knieën, twee magere dijen in een armoedig zwartlinnen spanbroek gestoken, een tors in een omhulsel van bombazijn met een vrijwel kaal gesleten bontvoering; de rug bekroond met een oude vettige hoed van het slechtste zwarte laken met eromheen een band van loden figuurtjes ... Zijn magere, gerimpelde hand wees op een tamelijk bejaard iemand. Het was Lodewijk XI." (p.484).
De Franse titel geeft precies aan, wie de 'hoofdpersoon' is, nl. de gotische kathedraal van Parijs: de Notre-Dame. De klokkenluider Quasimodo is één van de vele hoofdrolspelers wier noodlot innig verstrengeld is ... tot de dood erop volgt.

De jonge en bevallige zigeunerin Esmeralda heeft flierefluitende Pierre Gringoire gehuwd om hem van de galg te redden. Dit huwelijk is alleen in naam. Pierre vindt het allemaal best als hij maar met Esmeralda's gedresseerde geitje Djali kan spelen. Pierre en Djali zijn de enige hoofdrolspelers die in het verhaal overleven. Esmeralda wordt bemind door Quasimodo en aartsdiaken Follo is bezeten van haar. Zelf is ze hopeloos verliefd op de parvenue Phoebus. Moord, doodslag, list, bedrog, ontvoering, verraad, hebzucht en manipulatie, donkere en vochtige onderaardse kerkers, galgen, woedende menigten en een ingekluisde vrouw ... en daarboven troont - in letterlijke en figuurlijke zin - de ingewikkelde schoonheid van de Notre-Dame.

Natuurlijk, het boek is een historische roman en ik ben zelf niet zo'n liefhebber van historische romans. Maar de andere dimensie van dit boek boeide me uitermate, nl. het feit dat Victor Hugo een tijdgenoot was van de architect Eugène Emmanuel Viollet-le-Duc (1814-1879), dé redder van het middeleeuwse erfgoed in negentiende-eeuws Frankrijk en inspirator van de neo-gotiek elders. In de woorden van Hugo lees je de fascinatie voor het eigen middeleeuwse verleden, komen de middeleeuwse spugers tot leven volgens de negentiende-eewse smaak zoals Viollet-le-Duc c.s. ook zijn eigen middeleeuwse spugers vorm gaf. Het derde 'boek' (De Notre-Dame & Parijs in vogelvlucht) zou standaard gelezen moeten worden door kunst- en architectuurhistorici. Het zegt alles over de negentiende eeuw: "wat wij van de kathedraal van Parijs zeggen, geldt voor alle christelijke kerken van de middeleeuwen. Alles in deze kunst lijkt spontaan, logisch en in proportie. De maat van de teen geeft de maat van de reus" (p.124) of "Over de moderne monumenten van het nieuwe Parijs zouden wij graag zo min mogelijk zeggen. Niet dat wij ze niet naar behoren bewonderen. De Sainte-Geneviève van meneer Soufflot is zonder enige twijfel het mooiste taartje dat ooit van steen is gemaakt ..." (p.152). Hugo zou niets moeten hebben van de recente schoonmaakbeurt van de Notre-Dame, hij schreef immers (p.125): "want het is de tijd die over de gevel die sombere kleur der eeuwen spreidde, die maakt dat monumenten pas als ze oud zijn hun hooogste schoonheid bereiken".

Wat heb ik genoten van dit boek! Het verhaal mag dan bekend zijn, de wóórden moeten gelezen worden. Want in die woorden herleeft de negentiende eeuw! Zo laat ons Victor Hugo deelgenoot worden van twee werelden, zijn middeleeuwen en zijn eigen tijd!

Voor liefhebbers van cultuurgeschiedenis, van de veranderende kijk op het verleden én van historische romans in één woord: aanrader.